7 tips om comfortabeler te praten met een mondmasker

Proficiat: jij bent een absolute topsporter. Niet alleen omdat je kilometers holt van de bar naar de keuken naar het terras en weer terug, ook omdat je urenlang een mondmasker draagt. Voor je stem is dit een uitputtingsslag. Hoe beperk je de schade en maak je het iets comfortabeler?
Monday 5 October 2020

Het antwoord op die vraag ontdekten we tijdens de online training ‘Comfortabel(er) spreken met een mondmasker’. Deze 7 snelle tips hebben wij onthouden.

 

  1. Water, de rest komt later

Wist je dat het hydraterend effect van water op je stem pas na 2 uur optreedt? Een slokje water tussendoor zal zeker meteen deugd doen aan de bovenkant van je keel. Maar voor een echt effect op je stem zelf, die zich dieper in de keel bevindt, moet je wat meer geduld hebben. Je start dus best al met hydrateren vanaf je wakker wordt. En blijf de hele dag door water drinken.

  2. Kies het juiste mondmasker

Je kaak heeft ruimte nodig om op een ontspannen manier open te vallen tijdens het inademen en om vrij te kunnen bewegen tijdens het spreken. Gebruik je een dik masker, dan heeft de kaak onvoldoende bewegingsvrijheid. Zorg er ook voor dat je mondmasker niet van je neus glijdt. Als het steeds afvalt, dan span je onbewust je kaken op om het masker hopeloos omhoog te houden.  Je kaakspieren en stem zijn verbonden, dus die spanning wordt doorgegeven aan je stem! Verrassend genoeg scoort het chirurgisch masker erg goed. Dit blauw wegwerpmasker zit soepel, is luchtdoorlatend, geeft bewegingsruimte aan de kaak en heeft een verstelbaar neusklemmetje.

Veel horecazaken hebben intussen zelfgemaakte mondmaskers. Een slimme en milieuvriendelijke keuze! Hebben de medewerkers voortdurend klachten, dan is het aan te raden om iets nieuws te proberen. Een dunner stofje bijvoorbeeld, of een beter neusklemmetje? Want zoals je weet, zitten we er nog een hele tijd mee.

Praten met een mondmasker 1

Verrassend genoeg scoort het chirurgisch masker erg goed. Dit blauw wegwerpmasker zit soepel, is luchtdoorlatend, geeft bewegingsruimte aan de kaak en heeft een verstelbaar neusklemmetje.

  3. Verhef je stem niet

Luider praten met een mondmasker? Dat is met de meeste mondmaskers echt niet nodig. Welk stofje je ook draagt, zolang je rustig spreekt en ademt ben je hoogstwaarschijnlijk goed te horen. Beter is om rustiger (trager) te spreken en goed te articuleren. Heeft je collega of de gast je toch niet verstaan? Herhaal dan dezelfde zin, maar trager. Herformuleer niet, dat maakt het enkel verwarrender.

  4. Over-articuleer niet

Mompelen is altijd uit den boze, met of zonder mondmasker. Articuleren is dus altijd belangrijk, maar je moet natuurlijk niet overdrijven. Als je te sterk articuleert, ga je weer je kaken forceren. Erg oncomfortabel.

  5. Adem tussendoor door je neus

Nog zo’n belangrijke tip: adem tussendoor zoveel mogelijk door je neus en niet door je mond. Zo voorkom je hyperventilatie. Terwijl je praat, adem je natuurlijk wél door je mond. Dan is het van belang om op een laag tempo te praten. Als je te snel spreekt, moet je vaker naar adem happen. Praat ook niet te hoog en let op je intonatie, allemaal om een benauwd gevoel te vermijden.

  6. Maak oogcontact

Kijk je gast recht aan. Een deel van je mimiek valt inderdaad weg, maar je bent nog altijd beter verstaanbaar als de bovenkant van je gezicht tenminste zichtbaar is. De blik in je ogen, je wenkbrauwen, je frons, … het vertelt veel.  Bij oogcontact richt je bovendien je stem meteen in de juiste richting. Hierdoor heb je minder de neiging om luider te praten.

  7. Wissel regelmatig van mondmasker

Lange dagen zijn geen uitzondering in de horeca. Wij raden aan je mondmasker om de 3 à 4 uur te wisselen. Door de condens van de uitgeademde lucht wordt het stofje zwaarder. Dit kan leiden tot een versnelde of een verminderde ademhaling. Met hoofdpijn tot gevolg.

Succes!

Dit artikel is geïnspireerd door de Horeca Forma-training ‘Comfortabel(er) spreken met een mondmasker’ van Sarah Algoet, executive and public speaking coach bij LUDO . www.ludo.nu. Bijkomende bron: www.gezondheid.be.